Get Adobe Flash player

Vrijwilligers Huruma MEVA bouwen Greenhouse in Kenia 


31 juli 2013 | Een greenhouse is een kas waar verschillende soorten groenten en fruit in verbouwd kunnen worden. Het is de bedoeling om bij Cara Girls Rescue Centre een situatie te creëren waarbij het tehuis over een paar jaar zonder hulp van buitenaf zelf in het levensonderhoud kan voorzien. Het vocational trainingscentre kan van het greenhouse gebruik maken voor agriculture lessen.

 

De mannen van de Huruma vrijwilligersreisgroep die momenteel in Kenia zijn gaan op de maandagmorgen tegen half elf (Niek moest uitslapen omdat hij pas ’s morgens vroeg is aangekomen) naar Cara om daar een greenhouse te bouwen. Althans, ze mogen de voorbereidingen doen. De mannen worden gastvrij ontvangen door Edwina en een stel kleintjes die we de middag daarvoor al ontmoet hebben. Het weerzien is geweldig: voor ze het weten hebben ze een paar hummels op schoot. Na de koffie gaat iedereen vol goede moed aan het werk. Allereerst moet er tussen de palen een geultje gespit worden waar later het ‘anti-bug’ doek in moet komen. Ongeveer 25 cm is diep genoeg. Nou, dat hebben ze geweten. De eerste 5 cm gaan nog wel, daarna is de grond bikkelhard en alleen te verwijderen met een hak of een houweel. Er wordt hard gewerkt en het resultaat mag er zijn: een geul als een rivier en de blaren op de handen. Hierna worden de aardappels die nog in de grond zitten verwijderd en daarmee zit de eerste dag erop.

 

De volgende morgen staan de mannen op tijd klaar om te vertrekken: alleen komt de auto veel later. In een heuse Jeep scheuren we naar Cara met Anthony en een rastaman.

 

Aangekomen bij Cara is er een ontmoeting met de mensen waarmee het greenhouse wordt gebouwd: Dave Bell, bouwleider Patrick, 2e man John, Anthony en de rastaman en drieën NL vrijwilligers en ten slotte een stel Kenianen die meer kijken dan meewerken. Je leert trouwens al snel dat dit heel normaal is: kijken is minstens zo belangrijk als meewerken. En dan gebeurt er iets wat wij helemaal niet gewend zijn en dat toch heel gewoon zou moeten zijn: Dave vraagt Antony een zegen te vragen over het werk dat we gaan doen. En dan staan we met z’n allen in een kring en Antony bidt om bewaring voor ongelukken en vraagt of we het werk goed mogen voltooien. Wat een bijzondere en ook indrukwekkende ervaring!

 

Uit de wirwar van stalen buizen en dergelijke ontstaat al snel een skelet van een kas: ongeveer 20 meter lang, 12 meter breed en in het midden bijna 6 meter hoog. ’s Middags wordt het plastic van de voor en achterkant vastgemaakt, maar dan stokt de bouw. Het anti-bugdoek is er niet en zonder dat kan de plastic buitenwand niet geplaatst worden en zonder die wand weer niet het dak. Dat dak is zo groot dat de wanneer de wind er onder komt er geen houden aan is. Daarom moeten de wanden er in zitten en moet het dak ’s morgens vroeg geplaatst worden. Typisch Keniaaans; komt het vandaag niet, dan morgen wel. De westerlingen kijken iedere keer met lichte verbijstering toe hoe dat hier werkt, of liever: hoe het niet werkt. Tegelijk leren ze ook dat deze mensen die het meestal veel slechter hebben dan wij en velen oneindig veel slechter, toch heel blij en vriendelijk zijn.

 

Woensdagmorgen is het zover: het dak kan erop. Een behoorlijke klus waarbij het verbazingwekkend is waarop met name Patrick met de zwaartekracht omgaat. Langs de buizen klimt hij met groot gemak omhoog, gaat op een wiebelige buis zitten, trekt het zware plastic onder zich door en roept met een vast ritme wanneer wij moeten trekken: hij veert dan op en trekt het plastic ook onder zichzelf door: ongelooflijk knap. Hij roept na een Swahili kreet: “pull” waarop iedereen onder de kreet “meer” aan het plastic trekken. Vooral Anthony heeft lol in de Nederlandse kreet “meer” al blijft de letter R een moeilijke voor een Keniaan. De naam Roelof is voor de meesten dan ook absoluut onuitspreekbaar. Het Swahili werkt soms behoorlijk verwarrend. De vrijwilligers vragen zich vol vertwijfeling soms af wat ze nu weer moeten doen. Niek heeft het snel door, hij deelt mee dat we ondanks een taalverwarring als bij de torenbouw van Babel het wel voor elkaar krijgen de klus te klaren. Even na tweeën zit de klus er op. De vrijwilligers van Huruma MEVA hebben het gevoel dat ze een mooie klus hebben afgesloten met een fraai resultaat: het Cara kan over enige tijd tot wel 150 kg tomaten per week produceren. Dat moet het benodigde geld opleveren om een heel stel kleine kinderen te helpen een goede toekomst te krijgen in dit land. Prachtig!!!