Get Adobe Flash player

Red de kinderen één voor één

 

Tienduizenden mensen zijn op de vlucht. Het journaal is op de tv en we kijken met afschuw naar de beelden van de daden van IS, de Ebola-slachtoffers in Sierra Leone, Liberia en Guinee. We voelen ons machteloos maar gaan weer over tot de orde van de dag. Want wij kunnen toch niets doen. En .... hoeveel zegt het je eigenlijk? Je kent deze mensen niet, je hebt er geen gezicht bij, je kent hun levensverhaal niet.

 

In juni bezoekt Robyn Moore Nederland en logeert ze een aantal dagen bij Ina. Robyn is verpleegkundige en werkt al 35 jaar in Kenia met HIV-weeskinderen en andere zieke weeskinderen die haar hulp hard nodig hebben. Regelmatig bespreken Anneke en Ina werkzaamheden met haar in Kenia. Robyn is een luisterend oor als zij een bepaalde beslissing overwegen. Helpen we wel of helpen we niet in die specifieke situatie? Waarom lukt het niet in dit geval? Altijd is zij weer degene die vertelt dat het niet gaat om de hoeveelheid kinderen die geholpen worden maar dat het gaat om dat ene kind dat met liefde geholpen wordt. Beleid wordt op andere niveaus gemaakt. Grote organisaties proberen, zonder de gezichten en de verhalen te kennen, grote veranderingen tot stand te brengen. Wij doen dat niet, wij mogen uit liefde en met liefde dat ene kind hier en dat andere kind daar helpen om te overleven.

 

In juli en augustus 2014 bezochten Anneke en Ina Kenia weer. Deze keer zijn reisden ze samen met vier vrijwilligers naar Kenia. De vrijwilligers hebben vooral in het baby rescue centre en in Cara gewerkt. In Cara, wat een opvanghuis voor meisjes is, tijgert een jongentje over de grond. Hij heeft een open ruggetje en klompvoetjes.


Dat roept gelijk vragen op. Het jongetje heet Karis en blijkt samen met zijn broertje en zusje te zijn binnengebracht. Zijn moeder is overleden en zijn vader zit in de gevangenis voor misbruik van de kinderen. Voor zijn broertje is ondertussen andere opvang geregeld maar Karis is zo gehandicapt dat Edwina (van Cara) hem zelf wilde verzorgen. Het is een erg slim kereltje dat je aandacht constant opeist. Zo jong als hij is, spreekt hij een paar woorden Engels waardoor hij het voor elkaar krijgt dat jij precies doet wat hij wil. Je moet ondanks alles steeds weer om z'n scherpe opmerkingen lachen. Eén van de vrijwilligers, Karin, is onder de indruk van dit jochie en ziet de onmogelijkheden in zijn toekomst heel scherp. Er wordt een ziekenhuisbezoek geregeld en zijn voetjes gaan meteen in het gips. Hiermee kunnen zijn klompvoetjes gedeeltelijk recht worden gezet. Er zullen minimaal twee operaties moeten volgen om zijn heupjes in de heupkommen te plaatsen. Daarna is er nog een operatie aan één van zijn voetjes nodig en is de verwachting dat hij zal kunnen lopen. Dit betekent dat hem een toekomst als bedelaar in een rolstoel bespaard wordt. Er is een inzamelingsactie op touw gezet om de operaties te kunnen betalen. Uit liefde dat ene kind helpen...

 

In het babyrescue centre Mahali Pa Maisha worden in dezelfde periode veel baby's binnengebracht. Wij kunnen de onmacht en pijn van de moeders niet bevatten. Elke keer is er ergens een moeder die uit wanhoop haar kind achterlaat. Juist de kinderen met de minste overlevingskansen laten vaak een onuitwisbare indruk op ons achter. Deze keer zijn het Keziah en Lydia. Keziah, het hele kleine mensje van anderhalve kilo die in het veld is gevonden en Lydia, het meisje dat letterlijk uit het vuur is gered. De brandwonden op haar ruggetje genezen gelukkig goed.

 

Ja.... Huruma MEVA mag helpen, elk kind heeft een gezicht en mag in liefde worden geholpen. Nee, het zijn er geen tienduizenden maar elk kind is er één. Wat is het geweldig werk dat er gedaan mag worden!